Door op 5 augustus 2016

De Zorg is van ons!

 

Internetconsultatie Wetsvoorstel ‘Versterken Verzekerdeninvloed’ ministerie VWZ

Zeggenschap (= meebeslissen) van de verzekerden bij de zorgverzekeraar moet norm worden en alleen inspraak de uitzondering.

Het wetsvoorstel dat de invloed van de verzekerden op het beleid van de zorgverzekeraar moet versterken, benadert slechts inspraak.

Voorwoord.

In maart Y2009 was ik met FNV Bondgenoten UGO reeds betrokken bij gesprekken met een aantal PvdA TK leden (Paul Kalma, Roos Vermeij en Hans Spekman) over een beoogde WOC (Wet op Cliëntenraden/ Cliëntenparticipatie) naar analogie van de WOR (Wet op Ondernemingsraden). Helaas bestond er toen binnen de toenmalige PvdA TK-fractie onvoldoende draagvlak voor het vrijmaken van financiën die nodig zijn voor wat betreft de langdurige inhoudelijke- en juridische ondersteuning ter realisering van zo’n complexe wet. Hierdoor strandde het initiatief uiteindelijk mede ook omdat het grote FNV niet bereid was financieel bij te dragen. Op zich was dat niet verwonderlijk daar het FNV, ooit een tegenstander van de WOR, de macht van de vakbond in principe niet graag deelt met de mensen die niet direct onder hun controle zijn.

 

Op het PvdA congres van 30 juni 2012 diende ik namens PvdA afd. Borger-Odoorn m.b.t. het verkiezingsprogramma 2012-2016, ter aanvulling op het thema Zorg het amendement in met als tekst: “Neem het initiatief en de verantwoordelijkheid tot het instellen van een wettelijk kader in de vorm van een Wet op de Cliëntenraden (WOC) voor cliëntenparticipatie in de sociale zekerheid over de hele breedte inclusief die op werkpleinen en de cliëntenparticipatie bij private uitvoering en welke vergelijkbaar is met de WOR (Wet op Ondernemingsraden en WCZ (Wet Cliëntenrechten Zorginstellingen) voor een betere borging van belangenbehartiging van cliënten en dat niet alleen vanuit de organisatie bezien“.

Bij de toelichting noemde ik als redenen dat zo’n wet het noodzakelijk toezicht op naleving door de politiek mogelijk maakt, en dat in de praktijk het bestaande wettelijk kader (o.a. de Wet SUWI) om de zeggenschap van de cliënt te waarborgen, onvoldoende bleek door het ontbreken van o.a.

  • De recht en plicht tot instelling van een cliëntenraad
  • Initiatiefrecht, informatierecht, adviesrecht, instemmingsrecht
  • Recht op onafhankelijke ondersteuning
  • Een medezeggenschapsfonds
  • Participatie door cliënten namens een achterban volgens het afspiegelingsprincipe, ophalen van ideeën bij cliënt als fundament en borgen onafhankelijkheid.
  • Cliëntenparticipatie volgt structuur (overleg met beslissingsbevoegde en dicht bij cliënt)
  • Onafhankelijk orgaan bij onenigheid a la Ondernemingskamer

 

Nu de internetconsultatie zelf.

 

Voor de details, zie:

https://www.internetconsultatie.nl/wijziging_van_de_zvw_ivm_met_versterking_van_de_invloed_van_verzekerden_op_de_zorgverzekeraar

 

Inleiding

De zorgverzekeraar, een private partij, heeft een publieke taak die hij uitvoert met publiek geld.

De verzekerden, wij die de premie betalen welke de zorgverzekeraar vervolgens uitgeeft, moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorgverzekeraar voldoende en goede zorg inkoopt echter juist daarover is grote ontevredenheid bij de verzekerden (maar niet alleen bij hen maar ook bij de instellingen die de zorg moeten verlenen). Niet onbelangrijk, de inhoud van deze ontevredenheid vindt de toezichthouder ‘Nederlandse Zorgautoriteit’ terecht.

De oorzaak is gelegen in het feit dat de zorgverzekeraar de zorg veelal inkoopt op basis van prijs i.p.v. op kwaliteit. In de keuzes die de zorgverzekeraars maken is de verzekerde niet betrokken. Zorgverzekeraars geven het geld van de premiebetalers (de verzekerden) uit zonder echte zeggenschap van de verzekerden waardoor draagvlak en legitimiteit voor hun handelen in feite ontbreken. Niet de cliënt staat centraal maar de winst; dat is onacceptabel en moet veranderen

De wijziging van de Zorgverzekeringswet om de invloed van verzekerden op de zorgverzekeraar te versterken zoals nu wordt voorgesteld, zou dat moeten bewerkstelligen. Maar is dat ook zo?

Het is weliswaar een verbetering echter slechts een kleine vooruitgang in wat de PvdA beoogde, en waarvoor TK lid Lea Bouwmeester een betoog heeft gehouden bij vaststelling van de begroting Ministerie VWZ (Volksgezondheid Welzijn en Sport) c.q. de motie (34 300 XVI nr.94) die zij daarbij indiende. De VVD stemde tegen ondanks dat deze motie een afzwakking was van de daarvoor door de PvdA ingediende motie nr. 52 (o.a. zeggenschap over behaalde winsten werd eruit gehaald).

Het waarom daarvan laat het huidige wetsvoorstel van VVD-minister van VWZ mevr. Edith Schippers zien.

Behandeling ambtelijk conceptvoorstel

De wetgever heeft in het voorstel niet bepaald waaraan de inspraak regeling moet voldoen, dat wordt bewust en onterecht overgelaten aan de zorgverzekeraar en cliëntenvertegenwoordiging.

Een omissie want dit betekent dat bij elke individuele zorgverzekeraar over de inspraakregeling door de cliëntenvertegenwoordiging aldaar moet worden onderhandeld. Dat kost tijd, die in elk geval op dat moment niet besteed kan worden aan de belangen van hun achterban maar het resultaat eveneens te veel afhankelijk zijn van de inhoudelijke deskundigheid (kennis & ervaring) plus de bereidheid/ kunde binnen de vertegenwoordiging zelf tot onderlinge samenwerking van haar individuele groepen met hun verschillende achtergrond.

 

Het voorstel heeft weliswaar betrekking op een belangrijk terrein van de zorgverzekeraar namelijk dat van het jaarlijkse zorginkoopbeleid, echter deze is slechts van toepassing op de hoofdlijnen van dat beleid terwijl de invulling daarvan ook nog niet wettelijk wordt verankerd; veel ‘kan’ bepalingen.

Naast het inkoopbeleid zijn er andere voor de verzekerden belangrijke gebieden zoals financieel-economisch beleid (premiestelling, besteding winsten, salarissen top), de kwaliteit van de dienstverlening (voorkomen klachten), zorginhoud (bv. organisatie zorg op regioniveau), transparantie (waar/ welke info te vinden), communicatie (bv. tijdigheid/ begrijpelijkheid brieven), producten (fatsoenlijke voorwaarden polis aanbod), toezicht (benoeming commissarissen) enz. Genoemde terreinen worden bijna alle nadrukkelijk uitgesloten, uiteraard weer een grote tekortkoming.

Bovendien is er slechts sprake van adviesrecht voor de cliëntenvertegenwoordiging, hetgeen inhoudt dat de zorgverzekeraar hun advies weliswaar gemotiveerd maar toch zonder consequenties naast zich neer kan leggen. En dat in de situatie dat de zorgverzekeraars uit eigener beweging geen teken hebben gegeven de door de samenleving gewenste echte inspraak voor de verzekerden te willen regelen. Hierdoor bleef de invloed op het beleid van de zorgverzekeraar het niveau van een klankbordgroep niet te boven gaan. Het is dan ook onbegrijpelijk, zeker als het kabinet de verzekerden centraal wil stellen, dat zij aan de vertegenwoordiging niet het instemmingsrecht toekent voor wat betreft het inkoopbeleid. Macht en tegenmacht moet gelijk gedeeld worden, en dat is met het adviesrecht helemaal niet het geval; het blijft daardoor bij koffiedrinken en nauwelijks iets te zeggen hebben.

De Zorgverzekeraar kan nog steeds simpelweg over de vertegenwoordiging heen walsen wanneer de verstrekte adviezen hem niet bevallen, mede ook daar er als stok achter de deur geen wettelijk geregelde onafhankelijke onpartijdige geschillencommissie is voorzien waartoe de cliënten vertegenwoordiging zich kan wenden indien zij de onderbouwing van een afgewezen advies onvoldoende vindt.

Niet duidelijk is hoe enerzijds geborgd wordt dat de cliëntenvertegenwoordiging een afspiegeling van verzekerden is qua leeftijd, opleiding, achtergrond en qua diversiteit aan zorgbehoefte/ opgedane ervaring met zorg en hoe anderzijds het contact van de cliëntenvertegenwoordiging met haar achterban wordt geborgd aangaande het met hen responsief blijven, bij hen ophalen van ideeën (/signalen), het terugkoppelen aan hen van o.a. resultaten en daarover met hen in overleg gaan.

In het voorstel zijn belangenorganisaties nadrukkelijk van een formele positie in de cliëntenvertegenwoordiging uitgesloten terwijl zij niet alleen kunnen zorgen dat de gewenste borging zo goed mogelijk wordt benaderd maar ook kunnen zij zorgen en verantwoordelijk gesteld worden voor het voordragen van capabele personen en tijdige vervanging bij het ontstaan van vacatures waardoor de continuïteit van een kwalitatieve vertegenwoordiging tevens is verzekerd. Het is daarom onverstandig de belangenorganisaties niet een positie in de cliëntenvertegenwoordiging toe te kennen.

 

Uit het voorstel blijkt dat aan de zorgverzekeraar wordt overgelaten of de wettelijke bevoegdheden voor de cliëntenvertegenwoordiging toegekend worden op het niveau van de individuele zorgverzekeraar of hoger in de organisatie d.w.z. op concernniveau. Cliëntenparticipatie heeft bewezen structuurvolgend te moeten zijn wil er feeling blijven bestaan met de wensen en meningen aan de basis, in dit geval de verzekerden. Dus beide dienen wettelijk te worden verankerd omdat ze wezenlijk zijn voor de kwaliteit van het beïnvloedingsproces.

Het functioneren van een cliëntenvertegenwoordiging is sterk afhankelijk van de ondersteuning die zij bij het uitoefen van haar taak ondervindt. Gewaarborgd dient te zijn de ondersteuning onpartijdig en onafhankelijk is plus dat deze zowel secretarieel, procesmatig als inhoudelijk dient te zijn.

In de praktijk van de medezeggenschap blijkt die ondersteuning (inclusief de deskundigheidsbevordering van de vertegenwoordiging) regelmatig tot conflicten te leiden met de bestuurder, niet in de laatste plaats vanwege de kosten die dat met zich meebrengt. En dat terwijl goede inspraak een cadeautje voor de organisatie zal zijn.

Hoe dan ook, het voorstel is dienaangaande te vaag: Dat verdient niet alleen beter, dat moet ook beter (uitgebreider) worden omschreven want goede cliëntenparticipatie valt of staat ermee.

 

Opdat de politiek de invoering en een mogelijke verbetering als gevolg van het voorliggende wetsvoorstel in de praktijk bij de zorgverzekeraar ook kan vaststellen, en in zijn algemeenheid de status van cliëntenparticipatie is te beoordelen om te kunnen worden verbeterd, ontbreekt in het voorstel de verplichting tot het doen van een nulmeting cliëntenparticipatie ‘plus het structureel periodiek laten monitoren ervan door een onafhankelijk visitatiecollege.

Eindconclusie:

Wil de zorgverzekeraar dienstbaar worden aan de verzekerden dan moet de invloed van de verzekerden op de zorgverzekeraar op meer voor de verzekerden belangrijke terreinen dan alleen het jaarlijkse inkoopbeleid van toepassing zijn, het adviesecht verzwaard worden naar instemmingsrecht en andere zaken vooraf in de wet scherper in detail geregeld zijn, anders zullen de resultaten voor de verzekerden uit het overleg tussen de zorgverzekeraar en de cliëntenvertegenwoordiging blijvend teleurstellend zijn.

De echte oplossing d.w.z. willen de verzekerden door hun invloed ook daadwerkelijk centraal komen te staan in het beleid van de zorgverzekeraar en in de uitvoering van dat beleid, blijft een aparte wet naar het voorbeeld van de wet op de ondernemingsraden waar alle cliënten- en patiëntenraden, zowel bij een publieke- als een private organisatie/ instelling of nog anders, onder gaan vallen.

Dit is dan ook waarna m.i. gestreefd moet worden.