Door op 14 augustus 2016

Haalbaarheidsonderzoek Provincie Drenthe naar wenselijkheid spoorlijnverbinding Groningen-Emmen.

 

Tijdens behandeling van de Voorjaarsnota (statenstuk 2016746) in de Drentse Provinciale Staten op 13 juli jl. heeft gedeputeerde Henk Brink in zijn reactie op de CDA-motie ‘Onderzoek Mobiliteitsknelpunten Noord-Nederland’ en welke verzoekt om een breed onderzoek te doen naar met name de verbetering van de verkeersveiligheid/ bereikbaarheid van de N34 middels een door de indieners gewenste verdubbeling ervan, toegezegd hieraan invulling te geven. Maar dat niet alléén.

Mede naar aanleiding van een opmerking in de eerste termijn van PvdA ‘er Hendrikus Loof over de spoorlijn Stadskanaal-Emmen, zegde gedeputeerde Brink de eveneens in de onderhavige motie geuite wens tot een breed mobiliteitsonderzoek toe. Om het onderzoek niet zo breed te laten worden dat er niets meer uitkomt, concretiseerde hij die toezegging vervolgens met het tegelijkertijd uitvoeren van het onderzoek naar de haalbaarheid (kosten baten analyse) van een spoorverbinding Groningen-Emmen., mogelijk ook als alternatief voor de verdubbeling van de N34.

a.s. 21 september is over deze spoorverbinding Groningen-Emmen reeds het eerste overleg gepland van Gedeputeerde Staten met de Provinciale Staten. De keuze voor een tracé is mede afhankelijk van het doel wat je ermee wilt bereiken. Voor het ontsluiten van de regio Veenkoloniën in Oost-Drenthe wordt het doortrekken naar Emmen van de door de provincie Groningen beoogde tracé Veendam-Stadskanaal en waarvoor de financiën reeds zijn gereserveerd, door velen als heel belangrijk gezien.

Naast infrastructuren als wegen, kanalen en beschikbaarheid van snel internet via glasvezel, kan genoemde spoorverbinding van grote invloed zijn op vergroting van de mogelijkheden voor de Groninger- en Drentse Veenkoloniën betreffende economische ontwikkeling/ werkgelegenheid/ onderwijs en daarmee voor daarvan af te leiden aspecten als leefbaarheid/ krimp/ gezondheid maar indirect mogelijk ook van belang voor milieu en veiligheid vanwege de lagere emissie van schadelijke stoffen en minder ongelukken bij vervoer via spoor in vergelijking met die over de weg. Met het doortrekken van de spoorlijn Veendam-Stadskanaal naar Emmen ontstaat er immers voor het personen- en vrachtverkeer een directe aansluiting op Zwolle, Amsterdam/ Schiphol, Rotterdam/ Den Haag en Duitsland; dit levert naast kortere reistijden tevens minder overslag van goederen en maakt veiliger transport van gevaarlijke stoffen mogelijk.

Niet onbelangrijk is ook dat de Veenkoloniën door de positieve gevolgen van de spoorverbinding, in de toekomst minder afhankelijk kunnen worden van structurele subsidiëring door het Rijk voor o.a. uitkeringen aan werklozen/ sociale werkvoorziening en het in standhouden/ creëren van (overheid)banen. Ook het zelfbewustzijn van het gebied zal daardoor toenemen waarmee tot nu toe vermeide en vermeende drempels dan wel zullen worden genomen. Er kan daardoor een in zichzelf versterkende boost ontstaan, dat is de motor die het gebied nu mist!

Door onderzoek zal een zo goed mogelijk inschatting van de gevolgen van de voorgestelde spoorwegverbinding moeten worden gemaakt en vervolgens zullen de baten financieel gewaardeerd dienen te worden.

Uiteraard zijn er naast investeringen ook beheers- en onderhoudskosten. Ook daar zal het onderzoek een antwoord op dienen te geven.

De aanlegkosten van het tracé zijn te beperken door zoveel mogelijk gebruik te maken van reeds bestaande voorzieningen mits deze in het belang zijn van de beoogde eerder aangegeven doelen zijnde maximale ontwikkeling van economie-, werkgelegenheid- en onderwijsmogelijkheden.

De beheerskosten zijn mogelijk te beperken door in te zetten op het toepassen van energiezuinige (hybride)treinen en het gebruik van Drentse sensortechnologie op spoorwegovergangen e.d. waardoor het mes aan twee kanten snijdt.

Relevante kosten en baten die binnen het tijdbestek van het onderzoek niet en/ of moeilijk te kwantificeren zijn, behoren te worden benoemd om later alsnog te worden bepaald.

Niet vergeten mag worden dat de baten van het tracé Veendam-Stadskanaal in de provincie Groningen, wellicht voor een niet onbelangrijk deel bepaald worden door het realiseren van het tracé Stadskanaal-Emmen; vermoedelijk geldt dat omgekeerd minder. Hoe dan ook die afhankelijkheid zou in het onderzoek ook financieel en zichtbaar gemaakt dienen te worden omdat dit de noodzakelijke samenwerking van beide provincies naar de politiek in Den Haag, en de samenwerking binnen de Veenkoloniën zal stimuleren.

Nog op te merken is dat een spoorverbinding Groningen-Emmen-Zwolle een alternatief kan zijn van Groningen-Assen Zwolle in geval van een grote calamiteit c.q. langdurig onderhoud.

Ten slotte:

Drentse politici, het gaat in de provincie Drenthe niet alleen om het welzijn van de regio Emmen, Hoogeveen en Coevorden (en het aanliggende Hardenberg in de provincie Overijsel). Ook de situatie in de Drentse Veenkoloniën (en het aanliggende Oost Groningen) verdient en heeft recht op een versterking!